Je eerste zoutwaterbak
Zout is minder eng dan het klinkt, maar wel anders dan zoet. Wat je nodig hebt, wat het kost aan tijd en waar beginners meestal op stuklopen.
Eerst het eerlijke deel
Een zoutwaterbak is duurder dan zoet en vergeeft minder. Het is niet per se moeilijker, zolang je accepteert dat alles langzaam gaat. In deze hobby gaan alleen de slechte dingen snel.
Begin niet te klein. Een nano van 30 liter lijkt een goedkope instap, maar verdamping en vervuiling tikken daar hard aan. Rond de 100 tot 250 liter is een fijne maat om te leren: stabiel genoeg, en nog betaalbaar in zout en apparatuur.
Wat anders is dan zoet
- Water: je maakt het zelf van osmosewater (RO) en zeezout. Kraanwater bevat vaak fosfaat, silicaat en soms koper, en dat wil je niet in een rif.
- Zoutgehalte: het doel is een soortelijk gewicht van 1,025, gemeten met een refractometer die je af en toe ijkt.
- Verdamping: alleen het water verdampt, het zout blijft achter. Je vult dus bij met zoet osmosewater, het liefst dagelijks of met een automatische bijvuller.
- Filter: het biologische filter is het gesteente zelf. Levend steen of droog rifsteen, ongeveer een kilo per tien liter als ruwe richtlijn, plus flinke stroming.
- Eiwitafschuimer: haalt organisch vuil uit het water voordat het wordt afgebroken. In kleine bakken met veel waterwissels kun je zonder, vanaf een liter of 150 wil je er een.
De spullen
- Bak, liefst met een sump of achterkamer voor de techniek.
- Stromingspompen: reken op minstens tien tot twintig keer de bakinhoud per uur, meer voor steenkoralen.
- Verwarming, mikpunt 25 tot 26 °C.
- Verlichting die past bij wat je wilt houden. Vissen stellen geen eisen, koralen wel.
- Refractometer, testsets voor ammoniak, nitriet, nitraat, fosfaat en KH.
- Osmose-apparaat of een winkel in de buurt waar je RO-water kunt tappen.
Opstarten
Los het zout op in een aparte ton met een pompje, niet in de bak met dieren erin. Bouw je steen stevig op, direct op het glas of op steuntjes, en doe daarna pas het zand erbij. Dan begint de stikstofcyclus, net als in zoet. Met droog steen duurt dat makkelijk zes tot acht weken.
Daarna komt de lelijke fase: bruine kiezelalgen, soms cyano, soms draadalg. Dat hoort erbij en gaat meestal vanzelf over als je niet te veel voert en netjes water wisselt.
Eerste bewoners
Begin met een opruimploeg, zoals heremietkreeftjes, en een paar sterke vissen. Een paartje clownvissen is niet voor niets de klassieker. Voeg hooguit één of twee vissen per keer toe, met weken ertussen.
Koralen pas als nitraat en fosfaat een maand of twee stabiel zijn. Start met soepele soorten als Zoanthus, schijfanemonen en lederkoraal.
Koop geen vis omdat hij mooi is en zoek het daarna pas op. Een blauwe doktersvis wordt dertig centimeter en hoort niet in 200 liter, hoe klein hij ook in de winkel zwemt.
Het ritme
Dagelijks bijvullen en even kijken. Wekelijks ruiten poetsen, afschuimerbeker legen en zo'n tien procent water wisselen. Maandelijks pompen schoonmaken. En zet nieuwe vissen eerst apart, zie quarantaine: in een rifbak kun je achteraf bijna niets meer behandelen.