Naar de inhoud
Alle gidsen
Water

Waterwaarden uitgelegd

pH, GH, KH, nitriet, nitraat: welke getallen ertoe doen, wat ze betekenen en wanneer je je er wel of niet druk om hoeft te maken.

5 min lezenLaatst gecontroleerd op 1 oktober 2026 door Redactie FishBuild (concept, nog niet door een expert nagekeken)
In dit stuk

Twee soorten waardes

Het helpt om waterwaarden in twee groepen te verdelen. De eerste groep zegt iets over wat voor water je hebt: pH, GH, KH en temperatuur. Die horen stabiel te zijn en bepalen welke soorten bij jou passen. De tweede groep zegt iets over hoe vuil het water is: ammoniak, nitriet, nitraat en fosfaat. Die houd je met onderhoud laag.

Het karakter van je water

pH is de zuurgraad. 7 is neutraal, lager is zuur, hoger is basisch. De schaal is logaritmisch: pH 6 is tien keer zuurder dan pH 7. De meeste gezelschapsvissen doen het prima tussen 6,5 en 7,5. Stabiel is belangrijker dan precies het goede getal.

GH is de totale hardheid: hoeveel calcium en magnesium er in je water zit, gemeten in °dH. Tot 8 noemen we zacht, 8 tot 12 gemiddeld, daarboven hard. Vissen uit de Amazone houden van zacht water, Malawicichliden en levendbarenden van hard.

KH is de carbonaathardheid, oftewel de buffer. KH vangt zuren op en houdt daarmee je pH op zijn plek. Onder 3 °dKH kan de pH ineens wegzakken. Voor de meeste bakken is 4 tot 8 een rustig gebied.

Temperatuur spreekt voor zich, maar let op de zomer: boven 30 °C zit er weinig zuurstof in het water en krijgen veel soorten het zwaar.

Begin bij je kraanwater. Je waterbedrijf publiceert de hardheid per postcode. Soorten kiezen die bij je kraan passen is veel makkelijker dan je water blijvend aanpassen.

Hoe schoon is het

Ammoniak (NH3/NH4) hoort 0 te zijn. Altijd. Hoe hoger de pH en temperatuur, hoe groter het giftige deel.

Nitriet (NO2) hoort ook 0 te zijn. Alles wat je test aangeeft boven 0 is een reden om te verversen.

Nitraat (NO3) is het eindproduct van de stikstofcyclus. Onder 25 mg/l is netjes, tot 50 is voor de meeste vissen nog te doen. Garnalen en koralen willen het lager.

Fosfaat (PO4) komt uit voer. In een plantenbak is een beetje nodig, in een rifbak wil je het heel laag hebben, grofweg onder 0,1 mg/l.

Zoutwater heeft er een paar bij

In zeewater meet je het zoutgehalte als soortelijk gewicht (SG): 1,025 is het doel voor een rif, met een refractometer gemeten. KH noemen rifhouders alkaliniteit, en samen met calcium en magnesium is dat het bouwmateriaal voor koralen. Meer daarover in je eerste zoutwaterbak.

Hoe meet je

Druppeltests zijn nauwkeuriger dan strookjes, zeker voor ammoniak en nitriet. Strookjes zijn prima voor een snelle check van GH, KH en pH. Let op de houdbaarheidsdatum en schud de flesjes zoals de gebruiksaanwijzing zegt; bij nitraat maakt dat echt verschil.

In een nieuwe bak meet je om de paar dagen. Draait alles een paar maanden stabiel, dan is eens per twee weken genoeg, plus altijd als een vis zich vreemd gedraagt.

Wat doe je met een afwijking

  • Ammoniak of nitriet boven 0: meteen water verversen en minder voeren.
  • Nitraat hoog: vaker of meer verversen, en kijk kritisch naar je bezetting.
  • pH of hardheid niet wat je wilt: pas het niet aan met flesjes pH-min of pH-plus. Dat geeft schommelingen, en schommelingen zijn erger dan een getal dat net niet ideaal is.

Schrijf je metingen ergens op. Eén getal zegt weinig, een lijn over een paar weken zegt bijna alles. De rekenhulpen helpen als je water wilt mengen of omrekenen.

Lees ook