Naar de inhoud
FishBuild
Kennisbank

Gidsen

Korte stukken over hoe een aquarium werkt. Geen cursus scheikunde; net genoeg om te snappen waarom je doet wat je doet.

Voor beginners

Het leerpad: tien korte lessen

Elke les hoort bij een stap uit het begeleide traject. Lees hem, en doe de stap daarna meteen.

Begin het traject
  1. 1Jij en je plekKies eerst een stevige, rustige plek zonder direct zonlicht; de bak komt daarna.

    Voordat je een bak kiest, kies je een plek. Water is zwaar: een aquarium van 100 liter weegt gevuld al snel 130 kilo, met meubel erbij nog meer. Zet het dus op een stevig, waterpas meubel dat daarvoor gemaakt is. Een Billy-kast is dat niet.

    Kijk verder naar drie dingen:

    • Zonlicht. Direct zon op de ruit geeft algen en warmt het water op.
    • Stroom en water. Een stopcontact vlakbij en een kraan binnen sleepafstand van een emmer.
    • Rust. Niet naast een deur die dichtslaat of bovenop een speaker.

    En wees eerlijk over je tijd. Een gewone bak vraagt een half uur tot een uur per week. Elke week.

    Doe stap 1 in het traject
  2. 2Welk type aquariumHet type aquarium stuurt al je latere keuzes, dus kies wat bij je tijd en budget past.

    Het type bepaalt bijna alles wat daarna komt: welke techniek, welke bewoners, hoeveel werk en hoeveel geld.

    • Gezelschapsbak: een paar scholen, bodemvissen en makkelijke planten. De beste start.
    • Plantenbak: de planten staan centraal. Meer licht, meer snoeien.
    • Biotoop: één gebied nagebouwd, zoals een zwartwaterbak.
    • Garnalen of nano: klein en rustig, maar met kleine marges.
    • Zoutwater: prachtig, duurder en trager. Lees eerst je eerste zoutwaterbak.

    Kies op wat je elke dag wilt zien, niet op wat het indrukwekkendst klinkt. Een simpele bak die goed draait is leuker dan een ambitieuze die je boven het hoofd groeit. Opschalen kan altijd nog, en dat gebeurt meestal ook.

    Doe stap 2 in het traject
  3. 3Het water bij jou thuisZoek je kraanwaterwaarden op en kies bewoners die daarbij passen in plaats van andersom.

    Je kraanwater is je grondstof, en die verschilt per regio. In delen van Nederland komt er zacht water uit de kraan, elders is het flink hard. Je waterbedrijf zet de waarden per postcode online; zoek naar hardheid (in °dH) en pH.

    Waarom dat ertoe doet: vissen zijn aangepast aan het water waar ze vandaan komen. Kardinaaltetra's willen zacht en zuur, guppy's en Malawicichliden hard en basisch.

    De makkelijke route is soorten kiezen die bij je kraan passen. Dan is elke waterwissel gewoon de kraan open. De andere route is je water aanpassen met osmosewater, wat prima kan maar blijvend werk en geld kost.

    Wat GH, KH en pH precies zijn staat in waterwaarden uitgelegd.

    Doe stap 3 in het traject
  4. 4Een tank kiezenNeem de grootste bak die past: lengte en bodemoppervlak zijn belangrijker dan hoogte.

    Het klinkt tegendraads, maar groter is makkelijker. In meer water verdunt een fout beter, blijft de temperatuur stabieler en heb je meer keuze in vissen. Een bak van 80 tot 100 centimeter is voor de meeste beginners de prettigste maat. Heb je minder ruimte, dan is 60 centimeter het praktische minimum voor vissen.

    Let op de vorm:

    • Lengte telt meer dan hoogte. Vissen zwemmen heen en weer, niet op en neer.
    • Bodemoppervlak bepaalt hoeveel bodembewoners erin passen.
    • Hoge, smalle bakken zijn lastig in te richten en schoon te houden.

    De liters op de doos zijn bruto. Trek daar bodem, stenen en de rand tot de waterlijn vanaf en je houdt 10 tot 20 procent minder over. Reken met dat getal.

    Doe stap 4 in het traject
  5. 5Techniek: filter, warmte en lichtBespaar niet op het filter, laat het altijd aanstaan en zet het licht op een tijdklok.

    Drie apparaten doen het meeste werk.

    Filter. Het belangrijkste onderdeel, omdat de bacteriën erin wonen die afval afbreken. Vuistregel voor zoet: een pomp die de bakinhoud drie tot vijf keer per uur rondpompt. Kies liever iets te ruim en zet hem zachter. Het filter staat nooit uit.

    Verwarming. Reken op ongeveer één watt per liter, minder in een warme kamer. Hang er een losse thermometer bij; de schaal op het element is een schatting.

    Licht. Met led op een tijdklok ben je er. Zes tot acht uur per dag is genoeg voor makkelijke planten. Meer licht betekent meer groei, en zonder extra CO2 ook meer algen.

    In sets zit vaak alles al. Dat is prima om mee te beginnen; het filter is meestal het eerste wat je vervangt.

    Doe stap 5 in het traject
  6. 6Bodem en hardscapeKies bodem en stenen die passen bij het water dat je bewoners nodig hebben.

    De bodem en het decor zijn niet alleen aankleding: ze kunnen je water veranderen.

    • Zand en grind doen niets met je waterwaarden. Zand is het fijnst voor bodemvissen als Corydoras.
    • Soil voedt planten en verlaagt pH en KH. Handig voor plantenbakken, minder handig als je hard water wilt.
    • Koraalzand en kalksteen maken het water harder. Goed voor Malawi en zoutwater, niet voor zachtwatervissen.
    • Hout en bladeren kleuren het water lichtbruin en maken het iets zuurder.

    Twijfel je of een steen kalk bevat? Druppel er wat schoonmaakazijn op. Bruist het, dan verhoogt hij je hardheid.

    Spoel zand en grind tot het water helder blijft; soil spoel je niet. Bouw de bodem achter hoger op dan voor, en zet zware stenen op het glas, niet op het zand.

    Doe stap 6 in het traject
  7. 7Planten of koralenZet er vanaf dag één veel makkelijke planten in; die houden algen beter tegen dan welk middel ook.

    Levende planten zijn geen versiering maar medewerkers. Ze nemen afvalstoffen op, concurreren met algen en geven vissen dekking. Begin met soorten die weinig vragen: Anubias, Javavaren, Cryptocoryne en Vallisneria.

    Een paar regels:

    • Plant vanaf het begin ruim. Een halfvolle bak is een algenbak.
    • Anubias, varens en mos bind je op hout of steen. In de bodem rot de wortelstok.
    • Stengelplanten zet je in groepjes, lage soorten voor, hoge achter.
    • Drijfplanten zijn de snelste hulp tegen algen.

    In zoutwater nemen koralen deze plek in, maar die komen pas maanden na het opstarten. Begin daar met zachte koralen. Meer over licht en voeding staat in CO2 en bemesting.

    Doe stap 7 in het traject
  8. 8Inrichten en opstartenGeen dieren voordat ammoniak en nitriet aantoonbaar op 0 staan, hoe lang dat ook duurt.

    Nu komt alles samen. De volgorde: bodem, hardscape, een laagje water, planten erin, voorzichtig bijvullen (giet op een bordje of een stuk folie), en dan filter en verwarming aan.

    En dan komt het moeilijkste: wachten. De bacteriën die afval afbreken moeten nog groeien, en dat duurt vier tot zes weken. In die tijd voer je de lege bak met een snufje voer of ammoniak en meet je om de paar dagen. Pas als ammoniak en nitriet allebei op 0 blijven, kunnen er dieren in.

    Het water wordt in de eerste week vaak troebel wit. Dat is een bacteriebloei en gaat vanzelf over. Niet verversen, niet aan het filter zitten.

    De hele uitleg staat in de stikstofcyclus. Gebruik de wachttijd om je bewoners uit te zoeken.

    Doe stap 8 in het traject
  9. 9Bewoners kiezenMinder soorten in grotere groepen geeft een rustiger en mooier aquarium.

    Het leukste deel, en het deel waar de meeste fouten worden gemaakt. Vier vragen per soort:

    1. Past hij bij mijn water? Temperatuur, pH en hardheid.
    2. Past hij in mijn bak? Kijk naar de volwassen grootte, niet de winkelmaat.
    3. Met hoeveel moet hij zijn? Een scholenvis met zijn drieën is een bange vis. Liever één grote school dan drie kleine.
    4. Past hij bij de rest? Vinnenknabbelaars bij lange vinnen, of een vis die garnalen als snack ziet: dat gaat mis.

    Verdeel over de lagen: iets voor boven, midden en bodem. En bouw op in etappes, één groep per twee weken, zodat je filter kan meegroeien.

    Hoe je ze veilig overzet lees je in nieuwe vissen laten wennen.

    Doe stap 9 in het traject
  10. 10Onderhoud: je vaste ritmeElke week een beetje verversen en nooit alles tegelijk schoonmaken: dat is het hele geheim.

    Een aquarium onderhoud je met kleine, vaste klusjes. Grote schoonmaakacties doen meer kwaad dan goed.

    • Dagelijks: voeren wat in twee minuten op is, en even kijken of iedereen er is en normaal doet.
    • Wekelijks: een kwart tot een derde van het water verversen, ruiten poetsen, dode blaadjes weghalen.
    • Maandelijks, of als de stroming afneemt: filtersponzen uitknijpen in afgeheveld aquariumwater. Nooit onder de hete kraan.
    • Af en toe: meten. Vaker in het begin, en altijd als er iets vreemds is.

    De rest is kijken. Wie zijn vissen kent, ziet het als er iets niet klopt lang voordat een test het laat zien. Details staan in onderhoud, en loopt het toch mis, dan helpt de probleemgids je zoeken.

    Doe stap 10 in het traject

De basis

Water

Planten

Gezondheid

Zoutwater

Inrichten