Algen herkennen en aanpakken
Elke alg vertelt iets over wat er scheef zit in je bak. De zes die je het vaakst tegenkomt, wat ze betekenen en wat je eraan doet.
Eerst dit
Een aquarium zonder algen bestaat niet. Een dun groen waasje op de ruit na een week is normaal en zegt niets. Het wordt pas een probleem als algen sneller groeien dan je planten of koralen.
Algen zijn bijna altijd een symptoom. Je kunt ze wegpoetsen of doodspuiten, maar zolang de oorzaak blijft komen ze terug. De gebruikelijke verdachten: te veel of te lang licht, te weinig gezonde planten, te veel voer, te weinig waterwissels, en in bakken met CO2 een wisselend CO2-niveau.
De zes bekendste
Bruine kiezelalg (diatomeeën). Bruin stoffig laagje op ruit, bodem en blad, veegt makkelijk weg. Hoort bij nieuwe bakken en verdwijnt meestal binnen een paar weken vanzelf. Otocinclus en zebraslakken eten het graag.
Groene puntalg. Harde groene stipjes op ruit en langzame bladeren. Een beetje is normaal bij goed licht. Veel ervan wijst vaak op weinig fosfaat ten opzichte van het licht. Een mesje of schraper voor de ruit, en nerita-slakken voor de rest.
Draadalg. Groene draden, van zacht pluis tot lange slierten. Typisch bij veel licht en planten die nog niet op gang zijn. Draai ze op met een tandenborstel, verkort de lichtduur en zet er snelle groeiers bij. Amanogarnalen helpen flink.
Baardalg en penseelalg. Donkergrijs tot zwart, in plukjes op bladranden, hout en techniek. Hardnekkig. Hangt vaak samen met schommelende CO2, vuil in de bak en te weinig doorstroming. Knip aangetaste bladeren weg, maak het filter schoon en zorg voor een stabiel CO2-niveau.
Groen water (zweefalg). Het water zelf wordt groen als erwtensoep. Komt vaak na een ammoniakpiek of bij zonlicht op de bak. Een paar dagen volledig verduisteren of een uv-filter lost het op; zoek daarna wel uit waar de piek vandaan kwam.
Blauwalg (cyanobacteriën). Blauwgroene, slijmerige vellen die je in lappen kunt wegzuigen en die muf ruiken. Het zijn strikt genomen bacteriën, geen algen. Vaak op plekken met weinig stroming, bij vervuilde bodem en soms bij heel weinig nitraat. Wegzuigen, stroming verbeteren, flink verversen en eventueel drie dagen verduisteren.
De algemene aanpak
- Haal met de hand weg wat je kunt.
- Zet het licht op een tijdklok: zes uur per dag tot het onder controle is.
- Ververs een paar weken wat meer water, bijvoorbeeld twee keer per week 30 procent.
- Voer minder.
- Zet er meer planten bij, zeker snelle groeiers en drijfplanten zoals hoornblad of vlotvaren. Die concurreren algen weg.
- Controleer of het filter goed doorstroomt.
Verander niet alles tegelijk en verwacht geen resultaat na drie dagen. Een bak reageert in weken.
Algeneters en middeltjes
Algeneters helpen, maar lossen de oorzaak niet op, en het zijn dieren met eigen eisen. Koop ze dus niet als gereedschap voor een bak waar ze niet in passen.
Algenmiddelen werken soms, maar kunnen planten, garnalen en slakken beschadigen. En een grote hoeveelheid afstervende alg vervuilt het water in één klap. Zie ze als laatste redmiddel.
Zoutwater
In een jonge rifbak zijn kiezelalg, cyano en draadalg vaste gasten in de eerste maanden. De aanpak is in grote lijnen dezelfde: osmosewater gebruiken, niet te veel voeren, nitraat en fosfaat in de gaten houden en een goede opruimploeg. Meer context in CO2 en bemesting en onderhoud.